Lanzarote

Eerst nog een paar fotootjes van Tenerife. Omdat er een deining stond van 6 meter tijdens onze laatste dagen op Tenerife heeft Gerard zich helemaal kunnen uitleven op het fotograferen van brekende golven. Werkelijk imposant om te zien!

Van Tenerife varen we rechtstreeks naar Lanzarote. Ongeveer 150 mijl varen in 21 uur. Een paar uur zeilen we heerlijk met 25 knopen halve wind maar de wind neemt te snel weer af en bovendien staat er nog steeds een flinke deining waardoor je met minder wind niet vooruit komt maar alleen vreselijk ligt te wiebelen met klapperende zeilen dus we hebben de motor ook nodig. Eigenlijk willen we nog naar La Gomera en eigenlijk ook nog naar El Hierro maar we kunnen niet alles voor kerstmis. We weten inmiddels wat we verder willen. En we weten dat we La Gomera en el Hierro nog wel gaan zien.

Sinds Porto Santo hebben we eindeloze discussies gevoerd over de resterende tijd en onze mogelijkheden  en ook over verdere plannen in de toekomst ( Deo volente). Vele scenario’s zijn de revue gepasseerd maar op een gegeven moment moet je gaan wegstrepen en keuzes maken. Zo hebben we het plan om toch de grote plas over te steken en dan de boot maar in de Carieb te laten liggen laten vallen omdat dat toch wel erg ver weg is en we niet weten of we de gelegenheid hebben om haar weer terug te varen. Ook het idee om naar Gambia te varen is niet realistisch omdat we dat hele eind dan weer tegen de heersende  noordenwind en stroom in terug moeten zien te komen.

Eén ding is wel duidelijk geworden: we willen heel graag verder gaan reizen met onze boot. Maar we willen eerst nog een paar jaar werken en we willen dat Eline en Rosanne ons niet meer nodig hebben ( nou ja, niet echt natuurlijk maar ze moeten het zonder onze financiële steun kunnen redden).  Tot die tijd willen we de boot in de regio Canarischeilanden/Madeira/Atlantische zuidkust van Europa laten liggen. Dat is op dit moment in ieder geval de keuze op de langere termijn.

Voor de rest van ons jaartje vrij hebben we de volgende keus gemaakt: tot kerstmis blijven we varen in de buurt van Lanzarote en we willen nog een paar weken naar Marokko. We laten dan in december de boot achter op Lanzarote en gaan na de kerstvakantie nog 2 maanden de wereld bereizen per vliegtuig ( ach ja, we houden wel van contrasten…), de laatste periode gaan we weer naar de boot en we komen dan in de loop van maart terug naar Nederland om ons mentaal voor te bereiden op het instappen op de sneltrein van leven en werken in Nederland.

Na deze ontboezemingen weer terug naar Lanzarote: wát een indrukwekkende natuur ( sorry we worden wel wat saai maar je moet de foto’s maar bekijken dan begrijp je het). We liggen hier in Puerto Calero, een uitstekende marina waar we ook onze boot gaan achterlaten in december.

Als we aankomen blijkt dat er een regatta is. De 13 RC44 boten, waaronder de ‘One way back’ van de Nederlander Pieter Heerema varen hier dagelijks wedstrijden. Het is een soort Formule 1 van zeilwedstrijden. Een drukte van belang dus maar we mogen gelukkig wel naar binnen.

Steve en Linda liggen er al met de Windhorse. Heel erg leuk om hen weer te zien na 2 maanden!

Zij hebben een auto gehuurd en de dagen op Lanzarote kenmerken zich door samen met hen en de fototoestellen het eiland te verkennen. Er zijn veel rotondes op Lanzarote en die kennen ze niet in de States dus na een paar keer genoten te hebben van de rijkunsten van onze vrienden blijkt het voor alle partijen beter dat Gerard chauffeert!

De opbrengst van Lanzarote is heel veel mooie foto’s; een onwijs mooi kunstwerk: een  lavasteen van zo’n 30 kilo die we ergens onder de vloer hebben gestopt in de hoop dat we hem ooit naar Nederland kunnen krijgen en veel inspiratie om zelf mee aan de slag te gaan.

Santa Cruz Tenerife

Weer een Santa Cruz maar nu op Tenerife. Dit stond bij lange na niet op ons wensenlijstje maar omdat onze hydraulische achterstagspanner het na 30 jaar heeft begeven moeten we naar een haven waar een specialist in verstaging en aanverwante artikelen zit.

De tocht van Santa Cruz naar Santa Cruz is ongeveer 100 mijl en aangezien we graag bij daglicht aankomen, vertrekken we om 16.00 uur van la Palma zodat we de volgende ochtend zullen aankomen op Tenerife. De wind zorgt in eerste instantie voor wat verrassingen; in plaats van N tot NW komt hij uit het zuiden. Maar we zien een paar mijltjes verder op zee mooie witte kopjes op de golven dus we weten dat het gaat veranderen. Natuurlijk hebben we gelezen over de wind die tussen de eilanden ineens enorm kan toenemen maar we moeten het aan den lijve ondervinden en dan pas zetten we 2 riffen. In eerste instantie alleen met de kotterfok erbij maar later neemt de wind af en varen we met een gereefde genua. We durven niet te veel zeil te zetten omdat het achterstag nu niet goed gespannen is.Voor de zekerheid hebben we hem nog met een dynemalijntje vastgesjord.

Maar we hebben verder geen last van te veel wind; ’s nachts zelfs eerder van te weinig want dan hebben we de motor een paar uur nodig. Om 11 uur zijn we in Santa Cruz Tenerife. Een haven die in het drukke centrum ligt.

We worden enthousiast verwelkomd door een Engels stel dat we kennen van vorige pleisterplaatsen en het is een ‘gezellige’ steiger waar we aan komen te liggen.

Helaas is de rigger (verstagingenwinkel)  dicht die middag dus moeten we wachten tot woensdagochtend voor we daar naar toe kunnen. Maar wat we helemaal niet verwachten: ze hebben zomaar een goede achterstagspanner voor onze maat op voorraad! En nog mooier: ze kunnen het vóór het weekend repareren ( terwijl ik dit schrijf zijn ze bezig). Dus we zijn helemaal happy. Nou ja het is wel weer een rib uit het lijf maar we worden zeker niet getild als we de prijs op internet met die in Nederland vergelijken.

Wat biedt Santa Cruz verder? De allerbeste supermarkt sinds Frankrijk, de supermarkt van El Corte Ingles waar we likkebaardend door zijn gelopen maar vanwege de prijzen maar niet al te veel hebben gekocht ( we moeten natuurlijk wél de broekriem aantrekken met zo’n nieuwe achterstagspanner); en kakkerlakken: bij één van de chandlers kwamen we op het moment dat net de hele zaak vol met gif was gespoten en we ze op een holletje het pand zagen ontvluchten; hitte ( ik zit hier te smelten achter m’n laptopje); alweer spotgoedkope huurauto’s die we niet kunnen laten staan en verdomd weinig toeristen aan deze kant van het eiland: die liggen aan de stranden aan de andere kant. En we gaan het komend weekend met het autootje eens kijken hoe mooi de vulkaan hier is. In ieder geval ruim 3700 meter hoog!

We houden ons bezig met klussen ( als we de bakskist weer eens uitmesten ontdekt Gerard waarom het licht daar niet meer werkt)

 schoonmaken, een vergeefse poging doen mijn overboord gevallen mobieltje en havensleutels op te vissen met een zware magneet, en lekker eten. Ik heb een geweldig kookboekje speciaal voor wereldcruisers, geschreven door Michael Greenwald, een Amerikaanse  chef-kok, solozeiler en piloot. Ik moét gewoon even een paar stukjes citeren:

In het hoofdstuk vlees beschrijft hij dat je in sommige streken alleen maar levende dieren kunt kopen op de markt die je zelf moet slachten. Een paar tips ( sorry, ik citeer voor het gemak in het Engels): ‘ The most important thing when buying such critters is to not name them or pet them. A fast way to end up sailing solo is to kill cute little ‘Fluffy’ in front of your date.

 Bring along some plastic wrap to make the critter look more acceptable when you bring it aboard. Use a marking pen to write ‘today’s special- $ 49,00 a pound’ on the plastic.

En dan over hoe je het beest moet slachten, in dit geval een speenvarken . Hij beschrijft eerst hoe je hem kunt doodschieten of hoe je hem de keel kunt doorsnijden en dan de 3e manier,

‘Soaking the anchor technique’: ‘If the idea of throat slitting or shooting disturbs you, a quieter method is available. Tie a line securely around the pig. Tie the other end to the anchor. Drop pig and anchor in the water. Soak about  4 minutes or untill struggles cease. Pull up and immediately cut the throat to bleed. After 10 minutes, cut and save liver. Scorch skin and remove hair’.

Ik zou graag nog meer hilarische tips willen aanhalen maar bewaar ze maar even voor later.

Straks ga ik m’n, gelukkig reeds geslachte, lamsboutje bereiden met verse munt uit onze kruidenbak en trek er een lekker flesje wijn van La Palma bij open (direct van de producent). Het leven is nog niet zo slecht, al liggen we nu enorm te rollen dankzij de deining van zo’n 4 á 5 meter. Gelukkig zijn we niet ten noorden van de Azoren waar dit weekend volgens www.passageweather.com  de deining 14 meter wordt!

Een volgende keer weer wat mooie foto’s van Gerard er bij hoop ik!

Isla Bonita

Al weer meer dan een week geleden, maandag 21/9, kwamen we aan in Santa Cruz de la Palma. De toevoeging “la Palma” is belangrijk want heel veel namen komen meerdere keren voor op de Canarische eilanden.  We liggen dus op het eiland La Palma of La Isla Bonita zoals ze het zelf noemen Iemand vertelde ons dat dit ook het Isla Bonita van het gelijknamige nummer van Madonna is. Zou best kunnen! We horen het graag van iemand met meer Madonna kennis.

We zijn zaterdag pas in de loop van de middag vertrokken van Madeira omdat  de afstand (250mijl) net te groot is om in één nacht te overbruggen en we niet midden in de nacht willen aankomen bij een onbekende kust. Uiteindelijk werd dat nog een oefening in langzaam zeilen.  De laatste nacht mochten we niet harder varen dan een mijltje of 5 maar toen ik om 2 uur de wacht overnam draaide de wind van pal achter naar iets meer half en schoten we er bij een 11 knopen wind (net aan windkracht 4) plotseling met 6,5 knoop*  vandoor ondanks een grootzeil met al 2 riffen erin. Het weghalen van de bezaan hielp iets maar pas nadat ik ook de genua voor de helft had ingerold bleef de teller steken op 5,5 knoop. Zo zijn we onder stormtuig de nacht door gedobberd om s’morgens  in een vrijwel geheel verlaten marina te arriveren. Er lagen welgeteld 2 buitenlanders aan een verder geheel lege steiger. Er zijn nauwelijks meer boten dan op de satelliet foto van Google hiernaast.

De haven is al een paar jaar open maar er wordt nog steeds aan vertimmerd. Het grootste probleem was de eerste jaren, en is nog steeds een beetje, de deining  die hier permanent voelbaar is. We liggen dus voortdurend een beetje te rollen. Niet echt vervelend ( het is net of je in een schommelwieg ligt), zolang de landvasten maar niet beginnen te protesteren met een hoop gepiep en gekreun.

* een knoop is een zeemijl en een zeemijl is ongeveer 1,8 kilometer ofwel 1/60ste deel van één 360ste deel van de omtrek van de aarde.

Afgelopen donderdag hebben we een auto gehuurd voor een week  (ja een hele week want nu het seizoen is afgelopen gaan de beschadigde en gedeukte exemplaren voor een habbekrats in de aanbieding). Daarmee zijn we het eiland aan het ontdekken. Ook La Palma is ontstaan door een reeks vulkanische uitbarstingen die ongeveer een half miljoen jaar geleden zijn begonnen en die voorlopig nog niet zijn geeindigd. De jongste uitbarsting was in 1971. De natuur is daardoor afwisselend en onwaarschijnlijk mooi en omdat 1 plaatje meer zegt dan duizend woorden en ik daar verstand van zou moeten hebben, hier een paar duizend woorden over het Isla Bonita. Denk daarbij aan de geur van warme hars; de hoorbare stilte van de ravijnen; de zinderende hitte van de zwarte lavahellingen en het bulderend geraas van de brekende zeeën en je krijgt een beetje Isla Bonita mee.

Nou dat was een heel verhaal  maar nog steeds maar een deeltje van de waarheid. We gaan straks weer door om nog meer te zien want het is hier wat ons betreft stukken mooier dan op Madeira. Onbegrijpelijk dat bijna niemand dit eiland bezoekt en blijft hangen in de hoogbouw op Tenerife en Gran Canaria. Zou dat echt alleen maar zijn omdat er geen witte stranden zijn? Gelukkig eigenlijk maar dat de massa kennelijk allemaal het zelfde wil zien.

Madeira

Madeira

Maandag 6 september verwelkomen we Rosanne op het vliegveld van Porto Santo en maken we de Gisborgschildering op de kademuur zodat we de volgende dag kunnen vertrekken naar Madeira.

Wie zei ook al weer: Gekken en dwazen schrijven hun namen op deuren glazen? Er moeten een hoop gekken en dwazen rondlopen in het zeilwereldje want er is zeker 300 meter muur volgeschilderd.

De lucht en de zee zijn azuurblauw en we hebben het grootste deel van de 40 mijl naar Madeira een rustig ruim zeilwindje.

Vlak voor we bij Madeira zijn zien we een grote zwarte rug die waterfonteinen spuit. Een walvis? Helaas vertoont hij zich niet nog een keer maar we zien de mensen op een ons tegemoetkomende zeilboot ook allemaal turen dus nemen we maar aan dat het inderdaad een walvis was!

Als we aan het eind van de dag ankeren in de Baia da Abra, worden we meteen uitgenodigd voor een drankje ’s avonds op één van de 3 Franse boten die er ook voor anker liggen. Het drankje blijkt ook eten te zijn, terwijl wij net gegeten hebben. Maar dat mag de pret niet drukken. We brengen 2 genoeglijke avonden door met de Fransen van 2 boten: een zeezwerverstel uit l’Aberwrach inclusief rasta en tatoos en een gezin uit Bordeaux, dat huis en haard verkocht heeft en op zoek gaat naar een paradijselijk eiland. Overdag snorkelen we langs de rotskust en zien mooie visjes.

Na 2 dagen gaan we ankerop en zeilen we naar de Islas Desertas. Dit is een eilandengroep van Madeira op ongeveer 20 mijl afstand, wat een natuurreservaat is. Je moet van tevoren een vergunning aanvragen om hier maximaal  48 uurop een vastgestelde plek te mogen ankeren.

Het enige niet-natuurlijke op deze eilanden is een groepje houten keetjes van de natuurwachters die hier verblijven en onderzoek doen. Ze zijn met z’n vieren en hun werkschema houdt in dat ze 15 dagen werken en vervolgens 6 dagen vrij zijn. Wel heel erg eenzaam zo, hoewel er in de zomer elke dag een toeristenboot langskomt en er ook bezoekende zeilboten zoals wij zijn.

We zijn blij dat er een ankerboei vrij is als we komen want het schijnt moeilijk te zijn om hier te ankeren. Wel jammer dat er ook een toeristenboot ligt met een hele groep aan boord maar die verdwijnen al snel na de lunch.

Deze plek is schitterend: steile rotswanden die door vulkanische uitbarstingen zo’n 3,5 miljoen jaar geleden uit zee omhoog zijn gekomen.

Je raakt niet uitgekeken op de vormen en kleuren en de imponerende hoogtes. En daar lig je dan naast met je kleine bootje.

Het eiland is zeer ontoegankelijk maar we kunnen aan land bij de natuurwachters en krijgen een rondleiding langs een paar borden met wetenswaardigheden over het reservaat. Gelukkig staat het er ook in het Engels op want onze ranger spreekt alleen Portugees en terwijl ik driftig knik dat ik wel begrijp wat hij zegt ( Gerard en Rosanne zijn zo verstandig om niet te pretenderen dat ze er ook maar iets van begrijpen), probeer ik gauw de Engelse teksten te lezen.

Het wordt ons in ieder geval duidelijk dat er tarantellaspinnen leven; dat er gebroed wordt door een bijzonder soort zeevogel, de Bugia petrel ( Bugia is één van de eilandjes van de Islas Desertas),  en dat er eenmonnikzeehondenkolonie is. Ze hebben zelfs een (helaas lege) verzorgkamer voor gewonde zeehonden, naar het voorbeeld van de Nederlandse zeehondencrèche in Pieterburen (dit denk ik althans op te maken uit het Portugees van onze ranger). Verder hebben ze 3 planten die alleen op de Islas Desertas groeien. We krijgen nog een DVD mee over de ‘Bugio petrel’; ik heb geen idee wat de Nederlandse naam is van deze vogel maar ik vond iets op internet waar ze het hadden over de ‘Gongon’, wat me overigens ook niks zegt. De vogelaars die dit lezen mogen het zeggen.

Na ons landbezoekje gaan we snorkelen maar we zien weinig vis. Wel is er een mooie grot en we besluiten om de volgende dag bij eb deze grot verder te onderzoeken.

’s Avonds eten we met kaarslichtjes in de kuip en voelen we ons werkelijk bevoorrecht dat we hier als enigen liggen op dit schitterende plekje naast de immense rotswanden. Later op de avond verschijnt er nog wel een visser ( ze mogen hier alleen op tonijn vissen!), die de halve nacht in de buurt blijft liggen maar de volgende ochtend is hij weg. Als dan ook de 4 rangers op expeditie gaan met hun rubberbootje hebben we echt het rijk alleen. Wij gaan dus ook op expeditie met onze bijboot. We varen verschillende grotten in en zijn alweer onder de indruk van al het moois.


De film is wederom alleen op de website te bewonderen!!!

Als we daarna ons bijbootankertje uigooien bij de rotsen die het baaitje waar onze boot ligt zo mooi beschutten, en daar tijdens het snorkelen tussen de visscholen zwemmen, kan dit Islas Desertas bezoek niet meer stuk!

Aan het begin van de middag komt er weer een toeristenboot en verschijnen ook de zeilen van een volgend bezoekend zeiljacht dus het wordt tijd voor ons om de ankerboei los te laten. We hebben een mooi zeiltochtje terug naar Madeira; met een aan de windse koers komen we een heel eind in de richting van ons doel, de marina Quinta do Lorde. En tijdens dit tochtje krijgen we nog een toetje: een jonge schildpad krabbelt op de golven richting Islas Desertas!

Tja en dan Madeira zelf. We hebben er wat moeite mee. Je bent echt afhankelijk van een auto als je iets wilt zien van het eiland. En die hoge bergen zijn erg mooi als je ze vanuit zee ziet liggen maar als je daar rond moet toeren over smalle weggetjes en je hebt hoogtevrees…….. niet zo geschikt voor ondergetekende!

In de hoofdstad Funchal wordt je voortdurend aangesproken om toch vooral fruit te kopen ( op de wel heel mooie markt),

of om lekker te komen eten of drinken( dus we zijn maar wat gaan drinken op een jacht dat ooit aan de beatles toebehoorde, je moet toch wat)

 en om mee te gaan op een catamaran of andere toeristenboot ( sorry, daar zitten we niet op te wachten).

Gelukkig komen we uiteindelijk ook op een lokale markt in een bergdorpje, waar we tassen vol uien, tomaten, passievruchten en verschillende groenten-  en fruitsoorten waarvan we helemaal niet weten wat het is inslaan.

Verder kopen we van alles om de boeren wat extra inkomsten te bezorgen, zodat er ook allerlei potjes met spannende levensmiddelen en een zak met gedroogd varkenszwoerd in de achterbak van de auto belanden.

De vruchtbaarheid van dit eiland is geweldig. Overal groeien bomen, planten, bloemen. Heel veel bananenbomen. Fruit kost dan ook bijna niets. Voor vijgen betaal je hier bijvoorbeeld maar € 2,50 per kilo i.p.v. per vijg zoals in Nederland.

Madeira is een echt wandeleiland. Veel mensen met grote bergschoenen en korte broeken. Wij proberen ook een stukje ‘Levada’ wandeling (dit zijn wandelingen die langs de irrigatiekanaaltjes in de bergen voeren) maar we zien alleen maar groen en weinig uitzicht (gelukkig!) dus na een kwartiertje hebben we het wel gezien.

Helaas moeten we Rosanne weer op het vliegtuig zetten en de auto weer inleveren. Gerard en ik zitten nu ‘vast’ in de jachthaven, waar alleen een restaurantje is en een wasserette. We vermaken ons dus met de was doen, karweitjes aan de boot, met een havenbusje naar een supermarkt gaan en de website bijhouden. Eén van de komende dagen vertrekken we naar de Canarische eilanden. Er lonkt weer wat nieuws aan de horizon!

Porto Santo

Mocht je dit berichtje rechtstreeks op je mail lezen, dan is het leuker om het via de website http://gisborg.nl/en-route/te bekijken, anders mis je het filmpje!

Porto Santo. Een piepklein eilandje. En ruig: het bestaat vooral uit bergen met geweldige grillige vormen die geboetseerd lijken te zijn uit oranjerode klei. En het heeft een gigantisch zandstrand dat bijna langs de hele zuidkust van het eiland loopt. En een azuurblauwe zee. Werkelijk adembenemend.

 

Maar afgezien daarvan zijn we helemaal ondersteboven van een nieuwe wereld die zich aan ons heeft geopenbaard!

Dat klinkt bijna religieus maar in tegenstelling tot het hogere hemelse zijn wij toegelaten tot de ‘diepten der zee’………..

Omdat we een tijdje moeten blijven liggen in Porto Santo, in afwachting van de wat vertraagde komst van Rosanne ( jaja, die heeft een dubbele vakantie bij ons geboekt), hebben we de tijd voor veel klussen zoals het repareren van de lekkages en het uitmesten van de bakskisten. Ook willen we het duikflesje weer laten vullen dat door twee onderwaterkarweitjes geheel leeg is geraakt. De plaatselijke duikclub ligt naast de jachthaven en bij Gerard borrelt het idee op om eens te informeren naar duiklessen.

We spreken af dat we eerst een proefduik gaan maken en om, als het bevalt, vervolgens voor ons padi-brevet door te gaan.

Dus op een zonnige middag hijsen we ons heel stoer in een duikpak en gaan we samen met een Portugees stel  in een rubberbootje op avontuur. In het deinende bootje krijgen we flippers aan onze voeten, een trimvest met duikfles aangesjord en zetten we onze duikbril op. Vervolgens moeten we het mondstuk van de perslucht in onze mond stoppen, mondstuk en duikbril vasthouden met één hand en achterover het bootje uitrollen. Het is dat ik het inmiddels bloedheet heb gekregen door deze hele aankleding dus wel verlang naar het koele water maar je ziet m’n hart bijna door m’n trimvest heen bonken!

Onder water worden alle handelingen die nodig zijn om dieper te komen door de duikleraar verricht dus ik hoef alleen maar te ademen en een beetje te flipperen maar het moet een lachwekkend gezicht zijn om iemand als een egeltje door het water te zien rollen, veelal met de flippers in de lucht. Ik heb nergens oog voor; wil alleen maar meer lucht dan ik uit het apparaat kan krijgen en begrijp absoluut niet dat de anderen toch redelijk rustig in het water lijken te liggen en om zich heen kijken.

Ik heb dus zo mijn twijfels na deze vuurdoop. Maar goed, Gerard wil het graag en ik zal dus maar doorbijten en ook voor m’n padi gaan. We krijgen een flink boekwerk mee voor de theorie en maken een afspraak voor onze eerste echte duikles. In het filmpje hieronder beelden van onze tweede les.

Over het vervolg kan ik kort zijn. De eerste 3 praktijklessen ( oefeningen waarbij je telkens onder water je masker moet afdoen en mondstuk moet uitdoen) zijn voor Gerard leuk leerzaam en voor mij afschuwelijk leerzaam. De lessen daarna leren we hoe we blijven drijven boven de bodem en hoe we kunnen stijgen en dalen en wordt het steeds een beetje leuker. Je gaat dan ook meer om je heen kijken en al is het hier niet de Rode Zee of de Carieb, het water is heel helder en je ziet allerlei mooie vissen.

Ons lesgroepje bestaat naast Gerard en mijzelf uit een Duitser, Frank, die ook van een zeilboot komt en een Portugees.

Samen met Frank moeten we dagelijks de theorievragen uit een Engels boek beantwoorden. Onze duikmeester heeft maar één Engels boek dus je kunt je voorstellen dat de antwoorden in goed Duits-Nederlands overleg worden bepaald.

Na een week ploeteren boven het boek en in het water hebben we allen ons padi-brevet gehaald!

We hebben nog een extra duik gemaakt voor de lol. We zijn naar een wrak gedoken dat op 30 meter diepte ligt. Heel bijzonder om daar zo rond te zwemmen. Ik heb ook een enorme glibberige soort van zeebaars geaaid. Het was echt een knuffelvis en hij liet zich net als een hondje graag aaien.

Echt onvoorstelbaar dat je een week geleden nog paniekerig onder water lag te spartelen en nu zo rustig rond een wrak kunt zwemmen!

Overigens ligt er bij Porto Santo ook een stukje Nederlandse geschiedenis onder water.

In 1724 is de Oostindiëvaarder  ‘Slot ter Hooge’, op weg naar Batavia in een noordoosterstorm vergaan op de noordkust van dit eiland. Het schip had 1500 zilveren staven en veel muntstukken aan boord en de Staten van Zeeland, van wie het schip was hebben na een jaar de Engelse duiker Lethbridge ingehuurd om het kapitaal weer boven water te halen. Hij ging met een soort duikton van hout ( het is dan 1725!) naar beneden en heeft een groot deel van de staven en munten naar boven gekregen en nog wat kanonnen, die natuurlijk ook waardevol waren.

In de jaren ’70 is er nóg een duikexpeditie op jacht gegaan naar de restanten van de schat en zijn er zeker nog zo’n 150 staven gevonden. Ook zijn er nog kanonnen, allerlei huisraad en munten opgedoken. Het was toen al wel moeilijk omdat alles natuurlijk flink onder het zand verdwenen was. We zullen ons er dus maar niet aan wagen, met ons kleine beetje duikervaring, aan de gevaarlijke  noordkant de allerlaatste zilveren staven, die ons natuurlijk wel toebehoren, op  te duiken.

Op deze foto zie je ons liggen aan de 2e steiger, de 3e boot van links.

Het is een gezellige boel hier in de haven. Zeker omdat we hier zo lang liggen zien we veel zeilers komen en vertrekken. Soms liggen er ineens heel veel Fransen; op dit moment zijn het vooral Skandinaviërs en Duitsers en we hebben ook wat Nederlandse bemanningen ontmoet. Wel frustrerend dat de meesten echt jaren de tijd hebben om te reizen. Gelukkig zijn er ook wat boten die’ alleen maar’ een rondje Atlantic gaan doen. Wij zijn tot nu toe de enigen die hier bivakkeren die dat niet eens halen. We gaan niet oversteken naar het Caribisch gebied en daar dan de boot achterlaten dus we blijven aan deze kant van de grote plas.

Wel zullen we hier ons stempel achterlaten op de kademuur, zoals de vele boten die hier voor ons  hebben gelegen dat hebben gedaan.

Per categorie: