Op weg naar huis

We zijn weer op weg naar het noorden en dat zullen we weten ook. De ochtend van de laatste oversteekdag van de golf van Biskaje kregen we, zonder waarschuwing, wind met vlagen tot 50 knopen over ons heen. Ondertussen gaf de Franse kustwacht vrolijk een weerbericht door met een windje 4 tot 5. Kijk eens uit het raam denk je dan.

Met alleen de bezaan en de kotterfok liep de boot echter als een trein en had plat voor de wind zelfs in deze golven geen enkele neiging om uit het roer te lopen. Wel even lichte paniek toen de motor die we voor de zekerheid bij hadden staan er de brui aan gaf. Al snel bleek dat hij geen koel water kreeg doordat het achterschip regelmatig tot aan de kiel uit het water werd getild. Na wat minder aangename momenten onderdeks gebogen over de motor nam de wind af tot een magere 35 knopen en konden we gaan genieten van het natuur geweld. Opstapper Marjolein heeft toen bovenstaande foto’s gemaakt. Het blijft lastig om golven te fotograferen maar een beetje een idee geven ze wel.

groeten van de atlantische oceaan

gezelschap van dolfijnen op weg naar portugal, 142 mijl zuidwest van kaap Sao Vincente

Puerto Calero

Er zit niks anders op: er moet een laatste blogje geschreven worden.

De reis van de Gisborg is voorlopig geëindigd in Lanzarote. We hebben de boot hier geparkeerd voordat we naar Marokko gingen en eigenlijk hadden we nog gehoopt met Eline, die een weekje overkwam, iets zeilends te ondernemen maar dankzij de wind die uit de verkeerde hoek kwam en vaak stormachtig was, is dat niet gelukt. Eline werd al zeeziek in de haven….

Maar met behulp van een huurauto hebben we haar al het moois van Lanzarote kunnen laten zien.

En nu.

Alles uitmesten en schoonmaken, inclusief zeilen, tuigage, bijboot etc.

Reparaties uitvoeren.

Eetvoorraad met een naderende of reeds gepasseerde houdbaarheidsdatum naar binnen werken.

Sinterklaas vieren met een stukje marsepein dat Eline heeft meegebracht en een ongeveer 50 keer gesmolten chocoladesinterklaasje dat uit het ´decemberpakje´ van mijn lieve collega´s kwam.

Ons geestelijk voorbereiden op koud en winters weer.

Met jaloerse blikken kijken naar de passanten die hun Atlantische overtocht voorbereiden en vertrekken.

Dagelijks de vorderingen van de ARC vloot volgen op www.worldcruising.com/arc. Er doen een aantal boten aan mee die we kennen dus is het leuk om te zien en lezen wat ze onderweg meemaken. Steve en Linda zijn 1 december al als eerste gearriveerd op St. Lucia, terwijl de rest van de vloot nog niet halverwege was. Niet verwonderlijk als je met je FPB ( staat volgens Steve voor ´fucking power boat´) ruim 11 knopen kunt varen en de zeilboten te kampen hebben met windstilte en wind uit de verkeerde richting.

Overigens zit ons ´zeilmeisje´ Laura Dekker  er ook tussen: zij is inmiddels vertrokken van de Kaap Verdische eilanden, maar haar boot is natuurlijk niet zichtbaar op de ARC site.

Maar ook: onze komende 3 maanden verder plannen. Het ticket voor de VS, waar we in januari zullen zijn is geboekt, het plan om in februari/maart met de auto naar de Canarische eilanden te reizen neemt serieuze vormen aan.

We hebben werkelijk een onwijs gave tijd gehad aan boord van ons bootje en gaan het heel erg missen maar er zijn meer leuke dingen te beleven en we gaan er naar streven binnen afzienbare tijd verder te reizen met de Gisborg; de zee blijft trekken!

Iedereen die met ons heeft meegeleefd de afgelopen maanden en iedereen die gereageerd heeft op onze blogs ( op de site of op de mail): heel erg bedankt. Voor ons was het een stimulans om te blijven schrijven en steeds meer foto´s te plaatsen.

Overigens is er een artikeltje over ons te lezen in Zilt. Kijk op www.ziltmagazine.nl, magazine nr. 56, vanaf blz. 90.

We zullen over het vervolg van ons sabbatical op een andere manier verslag doen, onder andere via facebook, dus we houden contact!

Ciao

Marokko

De Gisborg ligt afgemeerd in haar tijdelijke nieuwe thuishaven op Lanzarote en wij maken  een laatste uitstapje vanaf de boot naar Marokko.

Het contrast tussen Lanzarote en Marrakech is gigantisch. Van de rust, dobberend achter ons ankertje in Playa Francesa komen we in een totaal andere wereld. De taxi vanaf het vliegveld brengt ons naar een riad in de medina( het ommuurde centrum) van de stad. Dit betekent dat hij zich al toeterend en schreeuwend uit het raampje door de nauwe straatjes moet wurmen waar iedereen zich een weg baant: lopend; fietsend,liefst met hele ladingen op de bagagedrager; stinkende knetterende brommers,pakezels, paardenkoetsjes met toeristen, hand- en ezelkarren, kleine vrachtwagentjes… Dit terwijl er allerlei koopwaar uitgestald is in de kleine winkeltjes maar ook daarbuiten en vooral ook op de grond. Het is een kakofonie van beweging, geluid en stinkende walmen. We komen ogen en oren te kort. De vrouwen in dit oude stadsgedeelte zijn meestal gesluierd en er lopen opvallend veel vrouwen rond die hun gezicht helemaal bedekt hebben. Het grappige is dat ze elkaar toch gewoon herkennen en gezellig met elkaar gaan staan kletsen als ze een bekende tegenkomen. Geweldig ook om te zien wat er allemaal op die brommertjes rondrijdt: zowel mannen als vrouwen in wapperende gewaden, soms met een paar koters erbij, soms met een lading koopwaar metershoog opgestapeld of een ladder die gewoon in de breedte achterop vastgebonden is…

En daarna weer de rust als we in de riad arriveren: schitterend ingericht, vol pracht en praal,rozenblaadjes, vruchten en met een klaterend fonteintje. Hier krijgen we muntthee en koekjes geserveerd en kunnen we even bijkomen.

Na 2 dagen Marrakesh zijn we blij dat we aan de stad kunnen ontsnappen. We hebben een huurautootje waarmee we het gebied ten zuiden van het Atlasgebergte willen gaan bekijken: het gebied van de Berbers en de nomaden.

 Hier vind je veel oude kasbahs en ksoer; wooncomplexen en burchten die gebouwd zijn van leem, vermengd met stenen of met stro ( al naar gelang wat er voorhanden is in een bepaald gebied). Ze liggen vooral langs de oude karavaanroutes van midden-Afrika naar het noorden. Sommigen zijn opgeknapt en zijn een toeristische attractie; sommigen zijn verworden tot ruïnes; sommigen worden nog bewoond.

In de kasba en de omgeving van Aït ben Hadou zijn veel speelfilms opgenomen zoals ’Laurence of Arabia’, ’The Persian prince’ en ‘Asterix en Obelix’. 

Ook de ‘gewone’ huisjes worden vaak nog bewoond. Het zijn eveneens lemen nederzettingen die als een soort blokkendozen her en der tegen de hellingen aan liggen, gewoon in dezelfde kleur als de ( kale) bergen.

Ten zuiden van de Atlas begint het woestijngebied al. Het is er droog, kaal en stoffig met hier en daar een wat vruchtbaarder gedeelte als er een riviertje is of water dicht onder het oppervlak zit. Het is bikkelen als je hier woont en dat zie je aan alles. Palmbomen, vooral dadels, overleven nog wel omdat ze diepe wortels hebben maar verder is het moeizaam boeren hier. Er zijn veel kuddes schapen, geiten en ook wel dromedarissen. We rijden eindeloze stukken door het ‘niets’ maar overal kom je kuddes met herders tegen.

We willen ook heel graag naar de zandduinen van de woestijn. Voor ons het clichévoorbeeld van een woestijnlandschap dus na een paar dagen belanden we in Merzouga in de Tafilalt oase. De rit ernaartoe is al bijzonder omdat we op een gegeven moment een bord volgen waar ‘circuit touristique’ op staat. Dit begint heel goed met een mooi geasfalteerd weggetje dat langs de ruines van het eens bloeiende handelscentrum Sijilmassa voert maar het wordt almaar slechter en terwijl wij blijven hopen dat we ooit weer eens op de doorgaande weg belanden, ploegen we voort over steeds zanderiger en modderiger wordende  ‘weggetjes’. Dit onder het toeziend oog van hoofdschuddende bewoners in de nederzettingen waar we langs kruipen. Dit is het tweede moment dat we ons een 4×4 wensen. De eerste keer was een rit in het donker  over een ‘dirtroad’ van 40 km, waarvan goedbedoelende tapijtverkopers hadden beweerd dat we dat in 40 minuten konden rijden, terwijl het 2 uur bleek te duren en ons hyundaitje er ook niet helemaal van gecharmeerd was.

In de loop van onze reis beseffen we steeds vaker dat we er verstandiger aan hadden gedaan een flinke terreinwagen te huren!

Maar ja, berouw komt na de zonde.

In Merzouga gaan we helemaal op de toeristische toer: om te beginnen maken we een rondrit in een 4×4 met gids waarbij we een dorpje waar zwarte Marokkanen wonen gaan bekijken en we onder het genot van een kopje muntthee en pinda’s een muzikaal optreden krijgen; vervolgens rijden we een stukje van de Paris/Dakar route, maar dan in tegengestelde richting namelijk naar het noorden; we gaan kijken bij een kleine mijn, die de Fransen hebben achtergelaten met medeneming van alle gereedschappen en waar nu een paar Marokkanen met primitieve spullen ploeteren om glittersteentjes uit de rotsen te krijgen; en we gaan op de thee( met pinda’s en dadels vol vliegen) bij een echte nomadenfamilie.

Toch is deze rondrit heel bijzonder. Onze gids is zelf een nomadenzoon en weet heel veel te vertellen. Als we theedrinken met de nomadenman ( de vrouwen en kinderen blijven op de achtergrond) vertelt deze aan onze gids dat hij vroeger nog met diens vader heeft gereisd.

We zien verschillende nomadententen ,niet alleen op deze plek maar in een groot gedeelte van de streek ten zuiden van de Atlas. Het is ongelooflijk primitief in onze ogen. Primitiever dan het tentenkampje waar wij ’s avonds op de bult van een dromedaris naar toe wiebelen. Anderhalf uur deinen we op deze ‘schepen van de woestijn’ de zandduinen in.

 We zijn met 2 Franse meiden en 2 gidsen en het is werkelijk een unieke ervaring. De stilte, de leegte en de schitterend gevormde zandduinen.

 Na de zonsondergang eten en slapen we in de tenten.

 Gezellige en interessante gesprekken met onze gidsen en de Françaises en een wat harde en koude nacht ( misschien word ik hier toch wat te oud voor)in de tent maken dat je er de volgende ochtend graag uit wilt om de zonsopgang te bekijken. Daarna ontbijt en weer anderhalf uur deinen op onze dromedarissen. Geweldig.

Vanuit Merzouga rijden we in 2 flinke etappes naar Tafraoute. Deze plaats ligt ten zuiden van de Anti Atlas en het gebied schijnt erg mooi te zijn. Het is inderdaad wat lieflijker ( als je dat woord überhaupt zou kunnen gebruiken) dan in het oosten. We maken een mooie wandeling door de Gorges d’Aït Mansour waar heel veel dadelpalmen staan.

 Nu realiseer ik me pas dat die oranje bossen waar de ezeltjes mee volgepakt waren vers geplukte dadeltakken waren. Waar de ezeltjes trouwens mee volgepakt worden is onvoorstelbaar ; niet alleen dadeltakken, gedroogd hout en balen stro maar ook allerlei handelswaar, hele ameublementen en we zien zelfs een keer een ‘bomezel’ die 4 grote en 2 kleine butagasflessen om zich heen gedrapeerd gekregen heeft.

In de buurt van Tafraoute logeren we in een ksar die opgezet is door een Nederlandse. Helemaal in haar piere eentje heeft ze dit aangepakt. Heel knap, maar ze vertelt wel dat ze dit niet nog een keer zou doen; zo moeizaam ging het. Maar nu staat ze als één van de 4 genomineerde adressen in deze buurt die in aanmerking komen voor een logeerpartij van de koning. Koning Mohammed VI is iemand die het hele land op gezette tijden bezoekt. Als je door Marokko rijdt kun je goed zien of hij net geweest is in een bepaald gebied of dat er een bezoek aan zit te komen. In het eerste geval hangen er nog overal Marokkaanse vlaggen en zien de stoepen en straten er piekfijn uit. Ook de gebouwen zitten dan goed in de verf en er staan overal jonge palmbomen die net geplant zijn. In het tweede geval wordt er hard gewerkt aan stoepen en straten en het in de verf zetten van gebouwen. Dit was dus de situatie in Tafraoute.

Na Tafraoute rijden we weer richting Marrakech, over de ijzingwekkende Tizi-n-Test pas met nog een laatste stop van 2 dagen/nachten in de buurt van Asni. Dit is echt een toeristisch paradijsje met een schitterende tuin vol rozen en bougainville, een (te koud) zwembad, verschillende terrassen en de kamers in een soort van bungalows met een open haard die ’s avonds voor je wordt aangestoken.

Hier krijgen we tijdens een wandeling nog een laatste staaltje van Marokkaanse verkoopkunde. Meestal verwacht je de verkooptrucs wel  maar als je helemaal in het niks iemand tegen het lijf loopt waar je een gesprek mee begint over je reis en over zijn studie en gezin en die dan na 10 minuten een zakje uit z’n rugtas tevoorschijn tovert met wat prullaria die bij zijn grootouders in het winkeltje worden verkocht…..dan kan je niets anders doen dan wat van hem te kopen voor veel te veel geld   ( ‘Ik weet dat jullie het voor mij doen en niet voor de spullen…´ ). Maar daarna worden we uitgenodigd om bij hem thuis thee te komen drinken en dat is ook wel speciaal. Hij woont met vrouw en 3 kindjes nog bij z´n ouders in een klein huisje van leem en daar zitten we dan op de bank, terwijl zijn moeder de thee maakt, zijn vrouw de was aan het doen is en wij een kleverig kusje krijgen van de jongste telg.

Tot slot nog één dag Marrakech. Het went al, alhoewel het nu extra druk is in de straatjes. Er wordt gezeuld met ( levende) schapen in karren en op brommers; er worden hoopjes stro en hooi verkocht en er wordt houtskool en spiesen verkocht. Maar het belangrijkste: kleren, schoenen en tassen.

 Hele hopen kleren waar de vrouwen in staan te graaien en waar de verkopers luidkeels bij staan te roepen alsof het een veiling is. Ze maken er soms een hele show van. Een zeer opgewonden sfeertje en dat allemaal omdat het offerfeest er aan komt. Woensdag de 17e moet ieder gezin een schaap slachten. Oorspronkelijk gaat het om het verhaal van Ibrahim ( voor ons Abraham) die bereid was zijn zoon Isaak te offeren aan God maar deze uiteindelijk mocht vervangen door een schaap. Voor de Islamitische Marokkanen is het nu het belangrijkste feest van het jaar en worden de familiebanden aangehaald door samen ( o.a. het schaap) te eten en te feesten.

Zondagochtend, 2 weken nadat we in Marrakech aankwamen worden we weer wakker in de riad waar we waren begonnen. De zon schijnt, het fonteintje klatert en het schaap van de familie blaat gelaten, ergens in het huis, alsof ze zich bewust is van haar naderende lot.

Playa Francesa

Playa Francesa

Donderdag 21 oktober vertrekken we uit Puerto Calero. We maken de afspraak bij de haven dat we eind november weer terug komen en betalen het liggeld tot en met 10 juli 2011. Oeps!!! Even slikken….

Ons doel is Playa Francesa, volgens de pilot de beste ankerplaats van de Canarische eilanden. Er staat in eerste instantie te weinig wind om de zeilen te hijsen als we vertrekken. Jammer voor Steve want die wil een fotoshoot maken van onze boot tegen een achtergrond van zwarte heuvels. Als we bijna bij de bewuste plek zijn halen we toch maar de lappen omhoog en kunnen er al motorzeilend toch nog wat plaatjes worden geschoten.

Het is maar een tochtje van zo’n 30 mijl dus we arriveren ’s middags om 4 uur. De baai ligt behoorlijk vol en er is net een beachparty begonnen met spelletjes en eten en drinken dat iedereen zelf meeneemt. Hoe noemden we dat vroeger toch: een Amerikaanse party toch? Terwijl de Amerikanen het hebben over een ‘Dutch treat’ als iedereen bijdraagt in de feestvreugde. Maar goed, er zijn een paar Amerikanen die jarig zijn of iets anders te vieren hebben en zij hebben de boel georganiseerd. Ik maak gauw nog een couscoussalade en wij gaan ook met de dinghy naar het strand. Er zijn ongelooflijk veel mensen. Er liggen dan ook ruim 30 boten in de baai en zelfs van de baai verderop zijn er mensen gekomen. Veel verschillende nationaliteiten waaronder mensen uit Nieuw Zeeland, Australië, Canada, veel Amerikanen, een Litouwse boot en natuurlijk Fransen, Engelsen, Duitsers en Nederlanders. Sinds Porto Santo hebben we geen Nederlanders meer ontmoet dus we vinden het geweldig om weer volop in ons eigen taaltje te kunnen kletsen. Veel kinderen ook. Een erg gezellig welkom in deze baai!

Isla Graciosa, waar Playa Francesa een deel van is, is een klein eilandje ten noorden van Lanzarote. Het is 6,5 bij 3 km groot en er zijn 2 piepkleine dorpjes. Het dichtstbijzijnde dorpje voor ons is Caleta del Sebo. Dit is ongeveer 10 minuten met de bijboot of 45 minuten lopend. Een schattig dorpje met een bakker, een postkantoor , 3 winkels met levensmiddelen en 2 fietsenverhuurders! En dat terwijl er eigenlijk nauwelijks wegen zijn. Veel zand; dit eiland heeft mooi wit zand, ook in het dorp, waar ze soms vlonders hebben neergelegd voor de begaanbaarheid.

Vrijdag zwemmen we wat, gaan we eten bij Steve en Linda en fotograferen vanaf hun boot een zonsondergang zoals we nog nooit eerder hebben gezien.

Zaterdag gaan we naar het dorp voor brood en krijgen we Frits en Reinhilde op de borrel die vol verhalen zitten over Marokko en waarmee we meer gemeenschappelijke banden blijken te hebben; Nederland blijkt weer eens klein te zijn. Vanaf zondag gaat het stevig doorwaaien. Gerard controleert het anker nog maar even voor de zekerheid maar dat zit er stevig in. Het is wel een hoop herrie van de gierende wind en ook blijft de zee natuurlijk niet glad, zelfs niet in deze beschutte baai maar vooruit, volgens de grybfiles gaat het dinsdag afnemen. En dat doet het ook. We houden de grybfiles nauwgezet in de gaten, ook omdat we deze week naar Agadir willen oversteken. Het lijkt er op dat het van donderdagochtend tot vrijdagavond eventjes géén NO wind zal zijn; wel wat draaiende maar niet te harde wind waar we dan ook eventueel tegenin kunnen moteren.

Woensdag nemen we de beslissing……

Helaas, er zit te veel ‘oost’ in de voorspelling en dat is niet gunstig. We wegen weer allerlei zaken tegen elkaar af en besluiten uiteindelijk om niet zelf de 220 mijl veerpontje naar Marokko te spelen maar de boot op Lanzarote te laten liggen en te gaan vliegen. Ja ja, soms beseffen we dat varen niet de enige mogelijkheid is om ergens te komen, zeker als het doel alleen maar oversteken is en niet ‘cruisen’.

Woensdagavond is er nog een boekenruilbeurs op het strand. Plus de dagelijkse  social drink. Ik kan m’n Engels boeken wel ruilen maar helaas zijn de bemanningen van de2  Nederlandse boten die hier liggen ( weer andere dan die van de beach party)niet van de partij. Jammer voor hen: geen Iris Murdoch, Rentes de Carvalho of Charles Palliser voor hen ( en geen Nederlandse titels voor mij…).

Donderdagochtend gaat het vóór zonsopgang stevig doorwaaien. Dat het uit het oosten en zuidoosten zou gaan komen wisten we al maar 25 knopen is toch wel wat meer dan de 10 die het volgens de grybfiles zouden moeten zijn. Zijn wij even blij dat we ons plan om om 4 uur ’s morgens te vertrekken overboord hebben gezet!

Wat minder leuk is, is dat we nu wel erg dicht op de rotsen komen te liggen met ons achterwerk. Lastig dat er gisteren een Deen boven ons anker is gaan liggen. Maar we hebben hem gewaarschuwd en daar hij niet van plan is om te verkassen gaan wij maar ankerop met de stootwillen uit. Het is even ruig en spannend maar als we ons anker op een veiliger plek uitgooien houdt het in ieder geval meteen.

Een paar uurtjes later wordt het echt te gortig in de baai; overgeleverd aan de wind( soms tot 35 knopen) en golven die rechtstreeks de baai binnen komen is dit allesbehalve plezierig. We besluiten om aan de overkant ( aan de noordkant van Lanzarote) te gaan kijken hoe daar de situatie is. Steve en Linda en nog wat boten liggen daar inmiddels voor anker en inderdaad: het waait wel maar de golven zijn hier afwezig dus gaan we hier voor anker.

Na een lunch op de Windhorse samen met de bemanning van de Moonshadow ( een ontwerp van Steve) en een happy hour op de Moonshadow slapen we hier wat deinerig  maar een stuk rustiger dan bij Playa Francesca.

De volgende ochtend is het helemaal windstil, nemen we nog een frisse duik in het heldere water en ontstopt Gerard nog de inlaten voor de waterkoeling met behulp van snorkel en prikker en dan zetten we koers  naar Puerto Calero.

Zondag vertrekken we vanuit hier voor een echte ‘vakantie’ naar Marokko!

Per categorie: