Berichten uit juni 2010

Baiona

Vanaf de Ria de Pontevedra is het maar een klein stukje naar de Islas de Cies voor de kust bij Baiona. De laatste van de Ria’s. We gaan bij het hoofdeiland voor anker en willen met het bijbootje naar de kant. Helaas geeft het buitenboortmotortje niet thuis. Na vele pogingen geven we het op en besluiten mopperend in de volgende haven een nwe te kopen. De volgnde ochtend is er nauwelijks wind en roeien we naar de kant. Goeie ochtend gymastiek. Het eiland blijkt erg mooi en doet me aan Indonesie denken. Veel bamboe en huisjes met hun eigen agregaat stampend in een schuurtje op het erf.

Terug op de boot besluit ik de buitenboord motor te slopen onder het motto ‘kapot is hij toch al’. Ik heb weinig verstand van 2takt motortjes maar met behulp van het hogedruk hulpstukje op onze duikfles ( Thijs bedankt!) blaas ik alles wat ik kan vinden in de carburateur schoon. Als alles weer in elkaar zit loopt de motor zowaar weer als een zonnetje.

Omdat de echte zon zich niet laat zien, het zit al de hele dag potdicht van de mist, besluiten we gelijk door te gaan naar Baiona. Net 7 mijl verder. Met weinig zicht maar genoeg om er niet echt zenuwachtig van te worden tuffen we naar Baiona. Daar aangekomen zien we de Wind Horse van Steve en Linda bij de koninklijke jachtclub liggen. We aarzelen want de pilot zegt dat bezoekers tegenwoordig naar de nwe jachthaven moeten. Er verschijnt echter een jongen van de haven die ons een plaats aanwijst recht tegenover de Wind Horse. Al vermoeden we dat deze sjieke haven flink prijzig zal zijn gaan we op zijn uitnodiging in en leggen aan bij de MRCY Baiona. De oudste jachtclub van Spanje.

’s Avonds maken we een wandeling over de muren van het enorme fort waar de jachtclub en een sjiek hotel onderdeel van zijn. Erg mooi en vredig zo zonder een zuchtje wind.  Baiona is de plek waar de Pinta, een van de schepen van Columbus, in 1493 als eerste aan land kwam om te melden dat ze inderdaad land hadden gevonden achter de horizon. Columbus vertrok volgens ons echter vanuit Zuid Spanje terwijl de schepen wel hier op de ria’s gebouwd zijn, dat klinkt onlogisch. Hoe en waar hij zelf terug kwam is ons ook nog niet duidelijk. Wie het weet mag het zeggen.

Baiona bij nacht

De volgende dag eten we samen met Steve en Linda en hun gasten in de jachtclub nadat de Amerikanen hun elftal hebben zien verliezen van Ghana en op zondag maken we ons op voor het volgende traject naar Lissabon. We hopen daar dinsdag avond aan te komen als er op de oceaan tenminste wel wat wind is.

Ria de Pontevedra

Het lijkt wel vakantie op deze manier: weer een lekker zeiltochtje naar de volgende ria. Lekker weer weer….

 Doel is de marina van Sanxenxo. Staat positief beschreven in de pilot. Helaas is het niet wat we ons er van voorgesteld hebben; geen wasmachine en geen  wasserette in het stadje ( waar we hard aan toe zijn, dat merken we aan het feit dat ik vuurtorens aan ga zien voor wasmachines), voor wifi moet je flink betalen en het havengeld is exorbitant hoog. 

haven sanxenxo

 Wel is er een vodafone winkel in het stadje en we besluiten daar, op aanraden van Steve Dashew, een dongel  te gaan kopen zodat we niet meer afhankelijk zijn van al of niet werkende wifiverbindingen in havens. Dit besluit levert ons 2 dagen trammelant op waar ik verder niet over zal uitweiden.  Maar het zal behalve veel ergernis en vloeken van Gerard( dat mag blijkbaar als je uit een domineesfamilie komt) ook wel een hoge telefoonrekening opleveren: we hebben alle helpdesks van Spanje, Nederland en Engeland herhaaldelijk aan de lijn gehad!

Vervolgens een nachtje voor anker gegaan aan het eind van de rivier bij Combarro, volgens zeggen de geboorte plaats van Columbus. Dit is een zeer pittoresk dorpje waar busladingen vol Spaanse toeristen worden uitgespuugd die zich dan en masse door de nauwe straatjes wringen en na 1,5 uur weer bij de bus worden verwacht. Gelukkig waren we net klaar met onze sightseeing toen de eerste lichting arriveerde ( en dan ook echt 4 bussen tegelijk!)

Daarna moesten we weer naar Sanxenxo voor wat ’ unfinished business’  iets met een Vodafone dongel, en hebben we daar ook maar een nacht voor anker gelegen omdat we niet weer die dure haven in wilden.

Maar omdat we echt nog even vis moesten gaan eten in Combarro zijn we daar weer naar terug gegaan; hebben het anker weer uitgegooid ( klinkt gemakkelijk maar dit keer zat het pas bij de 5e poging vast); waagden ons het dorp in nadat de bussen van 18.00- 19.30 uur waren vertrokken en hebben heerlijk gegeten in een restaurantje aan het water met uitzicht op ons dobberende bootje.

Deze avond bleek bovendien een bonus te hebben. Het was ons al opgevallen tijdens het verorberen van de vis dat wel erg veel mensen die in de heuvels woonden hun vuilnis of tuinafval aan het verbranden waren. Soms zagen we behalve de rookkolommen zelfs vlammen. We vroegen ons af of je soms op woensdag je vuil moest verbranden. Verder begonnen ze ook met het afschieten van knallers in de heuvels, wat ons  deed denken aan schietoefeningen. Eindeloos , het hield maar niet op.

Toen we terug liepen naar onze bijboot kwamen we in het dorpje langs een enorme stapel hout en rommel, oude houten bootjes, oude matrassen, touwen; je kunt het zo gek niet bedenken. Het was in ieder geval duidelijk dat ook hier ook de fik in zou gaan.

En ja hoor om 12 uur ’s nachts knalde er een echt vuurwerk los en werden er overal langs de oevers van de rivier grote vuren aangestoken. Echt een enorm spektakel. En dankzij die geweldige dongel van vodafone, die nu dus wel werkte,  konden we op internet lezen dat er in heel Spanje in de nacht van 23 op 24 juni de kortste nacht en tevens het einde van de winter ( wel wat laat)wordt gevierd, Het feest van San Juan.

Het is dan inderdaad de bedoeling dat je al je oude rotzooi verbrandt. Best wel een goed idee als je geen Koninginnedag hebt.

De volgende ochtend zijn we klaar met de Ria de Pontevedra en vertrekken we naar de Islas Cies.

Ria de Arosa

Van Muros naar de volgende rivier, de Ria de Arosa is een kleine 40 mijl. We kunnen het dus rustig aan doen. Maar helaas is er, als we vertrekken, zo weinig wind dat we Ria de Muros verlaten op de motor. Als we op zee meer wind krijgen hijsen we de gennaker en varen met het grootzeil over de andere boeg plat voor de wind. We zien op de plotter de AIS* van de Windhorse verschijnen die ons achterop komt en met hun vaartje van 11 knopen (wij varen toch ook zo’n 8 knopen) halen ze ons langzaam in.

*AIS staat voor automatic identification systeem en laat op onze boten-TomTom een driehoekje zien van de boten met zo’n systeem. Als je op het driehoekje klikt kun je zien hoe de boot heet, hoe hard hij gaat, etc.

En ja hoor, als ze bij ons zijn aangekomen maakt Steve de uitgebreide fotoshoot waar we al eerder melding van hebben gemaakt in het berichtje ‘ Cota del Morte ’. Op de website www.setsail.com van de Dashews staan een aantal foto’s bij zijn blog van 18 Juni. Hier nog een paar meer.

Als we aankomen in de rivier ligt de Windhorse bij de ingang te wachten. We hebben hem op de AIS al een tijdje rondjes zien draaien. Als we hem passeren volgen ze ons als een braaf hondje naar het baaitje dat we voor ogen hebben. Om daar te kunnen komen moeten we tussen allemaal viveiros door. Viveiros zijn grote houten vlotten waar schelpdieren onder gekweekt worden aan lange draden. Vooral de Ria de Arosa ligt er vol mee. Ze liggen altijd in diep water omdat de lijnen die onder de vlotten hangen anders niet lang genoeg kunnen zijn.

Zodra we geankerd hebben komt Steve met 2 DVDtjes met alle foto’s erop naar ons toe. Hij vertelt dat zijn electronische kaart voor deze rivier plotseling helemaal blank bleek te zijn. Foutje bedankt.
Daarom hebben ze op ons gewacht en zijn achter ons aangevaren, aangezien wij net iets meer diepgang hebben wisten ze dat dat moest kunnen. De volgende dag vertrekken zij gelijk naar de volgende rivier (het is lastig rondvaren zonder kaart) en besluiten wij een klein haventje bij Vilanova op te zoeken om boodschappen te doen en de accu’s op te laden. Bij het binnen varen van de rivier bleek de motor de lichtaccu’s niet meer te laden en horen we voortdurend relais klikken in de motorruimte. Na een dagje gerommel met kabels, zodat eerst helemaal niets meer werd geladen, doet alles het weer. Frustrerend is alleen dat ik niet goed begrijp waarom. Vilanova blijkt een uitermate saai plaatsje te zijn met vooral heel veel mosselen in blik fabrieken. Curieus genoeg is er nergens een mossel te koop. Ook verder geen verse vis; alleen ingevroren tonijn , kabeljauw en zalm uit het buitenland. Na 2 nachtjes vertrekken we daarom ook naar de volgende rivier. De Ria de Ponteverda.

Muros

Daar gaan we dan: op naar Cabo Finisterra!

De wind is fors maar komt uit het Noorden dus goed te doen. Met alleen het bezaanzeil en een gereefde genua komen we goed vooruit. Slechts de deining en de golven zijn wat ongemakkelijk. Tussen Camarinas en Kaap Finisterre waait het tussen de 25 en 30 knopen.  Goed ingepakt en goed gemutst passeren we zo het “einde van de wereld”.

Als we op weg zijn naar de Ria de Muros worden we achterop gelopen door een schip waarvan we in eerste instantie denken dat het een visser is. Als hij dichterbij komt herkennen we een motorjacht dat we in La Coruna al in de haven hadden gezien. Het is een bijzonder schip; het lijkt op een kruising tussen een torpedojager, een duikboot en een vissersschip. Ongeschilderd aluminium, een opbouw met enorme panoramaruiten en 2 bomen die schuin omhoog staan op het achterdek. We maken foto’s en krijgen de indruk dat er ook foto’s genomen worden van ons.

Aangekomen bij Muros zoeken we een ankerplekje dat een beetje in de luwte ligt. Het waait ook in deze rivier hard vanuit het noordoosten maar we vinden een plek die enigszins beschut ligt, wat verder van het dorp.

Eerst een karweitje: het lijntje waarme onze vlag is vastgemaakt is doorgesleten en Gerard moet de mast in. Niet zo leuk, je echtgenoot bengelend aan een touwtje; zeker niet nadat de vorige keer dat we dit deden de hele lier uit elkaar klapte. Maar het gaat dit keer gelukkig zoals het hoort. Gerard heeft het zó naar z’n zin daar bovenin dat hij het fototoestel ook even boven wil hebben.

We hebben mooi zicht op de strandjes waar veel bewoners zoeken naar schelpdieren. Ze staan  gebukt in de modder te spitten met een soort draaiende beweging en gebruiken  een soort hak hiervoor.  Of ze slepen een plastic teiltje aan een touwtje achter zich aan ( alsof ze hun hondje uitlaten) en harken in het water voor hun oogst. Die is o.i. niet groot. Maar zelden wordt er iets in de teiltjes gegooid. Maar als je  beseft  dat de bewoners van deze ria’s dit ‘vissen’ al zeker sinds de Romeinen dag in dag uit bij ebbend tij lopen te doen is dat wel bijzonder.  

 Tegen de avond komt ineens het bijzondere motorjacht, dat in eerste instantie had geankerd bij het dorp onze kant op en ankert niet ver van ons vandaan. En ja hoor, een uurtje later komt er een al wat ouder Amerikaans echtpaar langszij met een USBstick met de foto’s van onze boot er op. En wij kunnen hen de foto’s geven van hun schip.

We drinken een wijntje met Steve en Linda en ze vertellen dat ze altijd gezeild hebben; dat dit hun eerste motorjacht is en dat Steve zelf boten ontwerpt. We horen al dat ze veel ervaring hebben: in de jaren ’70 de wereld rond met de kinderen en sindsdien altijd blijven varen, langere reizen naar bijzondere gebieden zoals de afgelopen jaren naar  Alaska en Groenland.

De volgende dag komen ze weer langs en geven ons een lift naar het dorp. Ze hadden ons met onze rubberboot de enorme afstand klotsend tegen de golven af zien leggen en vermoedden al dat we dat geen 2e keer gingen ondernemen. Dus samen naar de markt die er niet bleek te zijn die dag dus dan maar samen lunchen op een winderig terras van een Spaans restaurantje ( meneer kikkerbil is zelfs prijzig in vergelijking met dit menuutje van 8 euro per persoon!).

We horen zo heel wat meer over hun ervaringen en als we vragen of ze er ook over geschreven hebben blijkt dat inderdaad zo is. Geen reisverhalen maar meer zeiltechnische boeken. Linda doet er heel bescheiden over. Sowieso zijn het heel bescheiden mensen; ze hebben niks belerends en vragen ons ook van alles over het varen in Spanje, Portugal en de Middellandse Zee.

Na de lunch krijgen we het motorjacht, de Wind Horse, van binnen te zien. Je mond valt open als je dit schipvan binnen  ziet. En die valt nog verder open als we zien dat zij de schrijvers zijn van een paar stevige handboeken voor zeilers, die over de hele wereld worden verkocht (“ het was wel heel veel werk hoor” zegt Linda en ze trekt er een vies gezicht bij). En als we een foto zien van hun laatste zeiljacht, een 80 voeter in ongeschilderd aluminium, ben ik totaal flabbergasted.

We worden weer naar ons eigen nederige scheepje gebracht met een tomaat, een CD van een zingende dochter en het visitekaartje met hun website erop.

Als we de volgende ochtend het anker lichten vraagt Linda waar we naar toegaan. De volgende Ria? OK, dan zien we jullie daar misschien weer!

Camarinas

Zaterdag 12 juni varen we van La Coruna naar Camarinas. Het is vervelend weer in  La Coruna: regenachtig en veel oceaandeining die onze ligplaats in de haven behoorlijk onprettig maakt. Tot overmaat van ramp slikt de flappentap mijn betaalpas in en weigert hem terug te geven. We zijn dus blij dat we weggaan.

Weinig wind om te beginnen maar het eerste stuk kunnen we met alle 4 de basiszeilen gehesen toch nog zo’n 5 knopen varen dus prima! Zelfs het kotterzeiltje geeft nog een extra halve knoop. Onderweg krijgen we voor het eerst tijdens deze reis serieus dolfijnenbezoek. Ze blijven zeker 10 minuten met de boot mee zwemmen en spelen. We gaan er helemaal van fluisteren.

Gedurende de dag trekt de wind steeds verder aan en als we uiteindelijk de ‘ria’ ( rivier) waar Camarinas aan ligt invaren blaast het 24 knopen recht de rivier uit.

Ons plan om een anker uit te gooien laten we varen. Camarinas heeft tegenwoordig een prima jachthaventje waar de havenmeester, die enthousiast op de steiger naar ons staat te zwaaien, ons naar een goed beschutte maar moeilijk in te parkeren plek dirigeert. Eventjes is het spannend want de boegschroef doet het niet op het moment suprême maar na wat gemorrel gelukkig weer wel: Gerard krijgt de boot er toch nog netjes in en onze Franse buurman in zijn kleine bootje kan dan ook weer opgelucht ademhalen.

Toen we 20 jaar geleden deze Portugees/Spaanse kust van Zuid naar Noord aflegden lagen we ook in Camarinas. Het was destijds alleen een vissershaven en we lagen er voor anker tussen de vissersboten, wachtend op een goed moment om verder noordwaarts te gaan. Het verschil tussen 20 jaar geleden en nu is enorm. We voelden ons toen indringers in een zeer afgelegen gebied: een dorpje dat een ontoegankelijkheid uitstraalde met veel inteelt ( de vreemdste creaturen liepen er rond) waar we wantrouwend door werden bekeken, één piepklein winkeltje waar we iets obscuurs uit de vriezer kochten om te eten wat later een soort van kleine duifjes of kwartels bleken te zijn met de pootjes en kopjes er nog aan ( weet je nog Wijtze?). Nu is het een stuk uitgebreid qua bebouwing, heeft het in ieder geval 2 supermarkten, zijn er barretjes met terrassen, komen er toeristen om naar het kantklossen te kijken en de mensen zijn vriendelijk en blij met de toeristen. En de zon schijnt :)

Spanje heeft de tussenliggende jaren veel wegen aangelegd dus we denken dat daardoor dit gebied nu een stuk gemakkelijker bereikbaar is via land.

Het is ook een gezellige haven. Veel Fransen die op weg zijn naar huis en wachten op het afzwakken of draaien van de constant uit het Noorden komende wind ( ach ja, dat is de heersende windrichting, we hebben er ervaring mee!); gezellige Nederlanders die ook op reis zijn met hun schip de Rapy, Engelsen en Noren. En iedereen wisselt weersverwachtingen uit. En andere wetenswaardigheden.

We blijven daardoor 2 nachten hangen voordat we Cabo Finisterre gaan bedwingen. Even aarzelen we nog als een Engelsman vertelt dat er windkracht 8 wordt voorspeld bij Finisterre. We besluiten echter toch te gaan omdat het volgens onze informatie wel mee zal vallen.